www.gecoro-forum.be

FAQ (vaak gestelde vragen)

Hieronder vindt u een aantal veelgestelde vragen. Suggesties kunt u hier kwijt.

Algemeen

Samenstelling

Werking

advisering

Algemeen

De Gecoro gaf een advies, maar het College neemt het niet over.
Wat nu?

De adviezen van de gecoro zijn niet bindend. Dit betekent dat het College mag afwijken van het advies van de Gecoro. Zij dient wél te motiveren waarom ze advies niet overneemt.

Top

Kan ik als niet-lid inzage krijgen in de verslagen of in de andere documenten van de Gecoro?

De vergaderingen van de Gecoro zijn in principe niet openbaar, tenzij de Gecoro zelf daarover anders beslist.

Dit betekent echter niet dat de adviezen of de verslaggeving over de vergadering niet openbaar zou zijn. De Gecoro is een bestuursinstantie in het kader van het decreet openbaarheid van bestuur*. Dit betekent dat de documenten die de Gecoro behandelt en produceert en de verslagen van de vergadering  ‘bestuursdocumenten’ zijn.

Bestuursdocumenten zijn in principe openbaar, tenzij een uitzonderingsgrond kan worden ingeroepen (bv omwille van privacyredenen of op documenten waar een auteursrecht op rust). De niet-openbaarheid van bepaalde documenten dient telkens te worden gemotiveerd.

De adviezen die de Gecoro zijn openbaar vanaf het moment dat ze ‘af’ zijn, dus worden verstuurd naar het College of gemeenteraad. Ontwerpteksten zijn niet af, en vallen dus niet onder de regelgeving van openbaarheid van bestuur.

Dit betekent dat zowel via de Gecoro als de gemeente inzage kan worden verkregen in bepaalde bestuursdocumenten. Aanvragen voor inzage worden best gericht aan de voorzitter van de Gecoro of aan de secretaris van de Gecoro. Het is echter de gemeentesecretaris die beslist of een document wordt vrijgegeven of dat bepaalde delen niet openbaar zijn.

*Dat de gecoro zo’n bestuursinstantie is, blijkt uit onder meer uit een advies dat de beroepsinstantie openbaarheid van bestuur deed over inzage in stukken van de gecoro.

Top

Samenstelling

Wanneer een aanvang maken met de nieuwe samenstelling van de Gecoro’s?

Vanaf 2 januari 2007 gaan de nieuwe gemeenteraden van start. Vanaf dat moment (en dus niet eerder) wordt ook zo snel mogelijk een begin gemaakt met de procedure om de Gecoro opnieuw samen te stellen. Door pas ná de nieuwe samenstelling van de gemeenteraden van start te gaan, krijgt de nieuwe raad de kans beslissingen te nemen rond de omvang en gecoro en de samenstelling ervan.

Er is echter géén datum voorzien voor wanneer de gemeenten in gang moeten zijn geschoten.

Top

Voor wanneer moeten de nieuwe gecoro’s zijn samengesteld?

Er is geen decretale deadline bepaald voor wanneer de nieuwe Gecoro’s moeten zijn samengesteld. Duidelijk is dat dit zo snel mogelijk dient te gebeuren na 2 januari 2007. In het kader van de beginselen van behoorlijk bestuur mag verwacht worden dat binnen een redelijke termijn de nieuwe Gecoro’s zijn samengesteld. Wat als een redelijke termijn kan worden beschouwd hangt af van de concrete omstandigheden. Wellicht zijn er bepaalde problemen die een vertraging van de vernieuwing van de Gecoro kunnen verantwoorden, bijvoorbeeld een oproep die onvoldoende geschikte kandidaten oplevert. Bij een vertraging houdt de gemeente best de redenen van vertraging bij, zodat deze bij eventuele later kunnen worden voorgelegd.

Er is echter géén sanctie voorzien voor gemeenten waar, door wat voor omstandigheden dan ook, de hersamenstelling van de gecoro wat op zich laat wachten. Wel is het zo dat indien de redelijke termijn zou worden overschreden de geldigheid van de adviezen, en daarmee van de beslissing van het college of de gemeenteraad over het advies, in gevaar kan komen.

Tot aan de vernieuwde samenstelling functioneert gewoon de bestaande Gecoro.

Lees hier het antwoord van Vlaams minister Dirk op de vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers over de vernieuwing van de Gecoro’s.

Top

Hoe zit het met de vertegenwoordigers van de fracties?

Artikel 8, tweede lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening verplicht om voor elke Gecoro-vergadering een vertegenwoordiger van elke fractie in de gemeenteraad uit te nodigen.

Het is aan de fractie zelf om te bepalen wie wordt afgevaardigd. Dit kan, maar hoeft niet, een gemeenteraadslid zijn. Het besluit spreekt immers over een 'vertegenwoordiger van de fractie', niet van een 'fractielid'. Het decreet regelt niets over de vraag of er een 'vaste' afgevaardigde moet zijn, of dat de persoon die wordt afgevaardigd kan wisselen afhankelijk van de agenda van de vergadering. Om praktische redenen lijkt het ons gerechtvaardigd dat de uitnodiging wordt gestuurd naar een vast adres, waarna de politieke fractie zelf uitmaakt of en wie wordt afgevaardigd.

Zijn er sinds de installatie van de nieuwe gemeenteraad andere of nieuwe fracties vertegenwoordigd in de gemeenteraad, dan moet daarmee rekening gehouden worden vanaf de eerstvolgende Gecoro-vergadering, ook al is de nieuwe Gecoro nog niet samengesteld. Er moet een vertegenwoordiger uitgenodigd worden van elke fractie in de nieuw samengestelde gemeenteraad. Men mag niet uit het oog verliezen dat de betrokken vertegenwoordigers geen leden zijn van de Gecoro. De verplichting tot uitnodiging van fractievertegenwoordigers geldt dan ook los van de samenstelling van de Gecoro.

Bij een 'afsplitsing' na de verkiezingen van een gemeentraad waardoor een nieuwe groep ontstaat, mag deze groep geen vertegenwoordiger sturen naar de Gecoro. Het gemeenteraadslid is immers niet verkozen en zij vormen daarom géén fractie  in de zin van art. 38 §1 van het Gemeentedecreet.

Of een kartel één of twee vertegenwoordigers mag sturen naar de Gecoro hangt af of ze twee fracties vormen. Zij vormen twee fracties indien is voldaan aan de voorwaarden zoals verwoord in art. 38§2 van het Gemeentedecreet.

Lees onder 'Wie mag wanneer aanwezig zijn en welke inbreng mag hij doen?' wat de rol is van de vertegenwoordigers van de politieke fracties.

Top

Hoe de nieuwe Gecoro samenstellen?

De samenstelling van de nieuwe Gecoro gebeurt alsof de Gecoro voor het eerst wordt samengesteld.

Het gewoon verlengen van de benoeming van de huidige leden van de Gecoro, bijvoorbeeld omdat het College of de gemeenteraad tevreden is over het functioneren van de huidige commissie, kan dus niet.

Het aantal leden van de Gecoro is afhankelijk van de omvang van de gemeente (zie art. 9 §3 DRO, en ook "Hoeveel leden telt de GECORO?"). Daarnaast regelt het Decreet en het uitvoeringsbesluit ook het minimaal aantal deskundigen en het minimum aantal geledingen dat in een Gecoro dient te zetelen. Binnen deze krijtlijnen is de gemeenteraad vrij het aantal leden, het aantal deskundigen en het aantal maatschappelijke geledingen te bepalen.

De gemeenteraad is vrij te bepalen welke maatschappelijke geledingen worden opgeroepen, zolang deze geledingen maar relevant zijn voor de gemeente.

Het aantal maatschappelijke geledingen, welke maatschappelijke geledingen worden opgeroepen én het aantal ‘zitjes’ dat voor hen is bepaald, dient ons inziens vooraf aan de feitelijke oproep te worden bepaald door de gemeenteraad. Art. 9 §3 DRO bepaalt immers dat ‘De gemeenteraad beslist welke maatschappelijke geledingen binnen de gemeente worden opgeroepen om één of meerdere vertegenwoordigers voor te dragen als lid van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening’. Ook voor de betrokken verenigingen, instanties of organisaties is het relevant te weten hoeveel kandidaten zij dienen te zoeken.

Het Decreet of het uitvoeringsbesluit regelen niets over het tijdstip waarop het totaal aantal leden of het aantal deskundigen van de Gecoro dient te worden vastgelegd. De gemeenteraad heeft dan ook formeel de mogelijkheid om pas na een algemene oproep het definitief aantal leden of het aantal deskundigen te bepalen. Hierbij kan zij het totaal aantal leden nog verminderen of vermeerderen, afhankelijk van de concrete ‘opbrengst’ van de oproep en rekening houdend met de decretaal bepaalde minimum en maximum aantallen.

Wel is het de vraag of dit aangewezen is. Door maar achteraf het aantal deskundigen en het totaal aantal leden vast te stellen, bestaat het risico dat de gemeente wordt verweten dat zij opzettelijk een aantal mensen uit de gecoro weert. Andezijds lijkt het ook logisch dat de omvang kan laten variëren naar gelang het aantal kandidaturen dat men binnen krijgt en de deskundigheid ervan.

Indien de gemeenteraad afwijkt van het vooropgestelde aantal deskundigen of totaal aantal, is het omwille van het motiveringsbeginsel aangewezen dat deze wijziging wordt gemotiveerd.

Top

Hoeveel leden telt de Gecoro?

Hieronder leest u dat het aantal leden van de Gecoro afhankelijk is van het aantal inwoners. Tevens leest u het minimaal aantal maatschappelijke geledingen en het minimaal aantal deskundigen.

Overzicht van het minimum aantal deskundigen en maatschappelijke geledingen

aantal inwoners per gemeente

totaal aantal leden

waarvan minimaal  aantal deskundigen

waarvan minimaal aantal maatschappelijke geledingen
(let op: 1 geleding kan uit meer leden én/of uit meer instanties bestaan)

< 10.000

7

2

3

8

2

9

3

>10.000 <30.000

9

3

4

10

3

11

3

12

3

13

4

>30.000 <50.000

13

4

5

14

4

15

4

16

4

17

5

>50.000

17

5

6

18

5

19

5

20

5

21

6

Top

Hoe de beslissing over de kandidaturen motiveren?

 
De gemeenteraad kan niet ‘willekeurig’ en ongemotiveerd bepaalde kandidaten in de gecoro benoemen en andere kandidaten weren. Volgens de Raad van State moet een benoeming ‘op een deugdelijke grondslag berusten, die in de beslissing op afdoende wijze geëxpliciteerd dient te worden. Wanneer er verscheidene kandidaten zijn, vergt een deugdelijke grondslag van de benoeming dat de voorkeur voor één van de kandidaten steunt op toereikende redenen die voortkomen uit een genoegzame afweging van de verdiensten van de verschillende gegadigden’ (zie Raad van State, arrestnr. 184.483).
In de beslissing wordt dus duidelijk gemaakt waarom voor bepaalde verenigingen wordt gekozen (wat betreft de maatschappelijke geledingen, indien er meer organisaties zich kandidaat hebben gesteld) en waarom vervolgens voor die specifieke kandidaten wordt gekozen.
Motivaties die een rol kunnen spelen wat betreft de voorkeur van de ene organisatie ten opzichte van de andere zijn:

  • De representativiteit van de organisatie in de betrokken gemeente, hetgeen kan blijken uit het aantal leden
  • De betrokkenheid van de organisatie in andere gemeentelijke adviesraden
  • De ‘terreinkennis’ van de gemeente (geografisch en /of bestuurlijk)
  •  …

Motivaties die een rol kunnen spelen voor wat betreft de voorkeur van de ene persoon ten opzichte van de andere zijn:

  • De voorkeur van de voordragende instanties
  •  De activiteiten en ervaring op het vlak van ruimtelijke ordening
  •  De ervaring en vaardigheden in adviesraden
  •  De ‘terreinkennis’ van de gemeente (geografisch en/of bestuurlijk).
  •  Het bereiken van de opgelegde man/vrouwverhouding
  •  …


Eventueel kunnen aan de motivaties gewichten gehangen worden, zodat bijvoorbeeld de ervaring in de ruimtelijke ordening zwaarder doorweegt dan de terreinkennis in de gemeente.

 

Hoe wordt in de gemeenteraad gestemd over de Gecoro?

Praktisch gezien legt het College een gemotiveerd voorstel over de samenstelling van de Gecoro voor aan de gemeenteraad.  Vervolgens lijkt het ons het meest praktisch om vanuit het integrale voorstel te vertrekken, waarbij de mogelijkheid wordt geboden dat een stemming per kandidaat wordt gevraagd.

Gemeenteraadsleden kunnen bij de behandeling van de kandidaturen bijvoorbeeld de deskundigheid in twijfel trekken of andere, niet geselecteerde deskundige kandidaten voorstellen. Daarom is het belangrijk dat de gemeenteraadsleden vooraf kennis hebben van (de CV’s en motivatie van) alle kandidaturen.

Wij gaan ervan uit dat de maatschappelijke geledingen zelf volwassen genoeg zijn om zelf hun afgevaardigden te kiezen. Ons inziens zal over hun voorstel géén discussie nodig (of mogelijk)zijn, tenzij de gemeenteraad vooraf bepaalde vereisten aan de maatschappelijke geledingen heeft gesteld, en aan één of meer van die vereisten niet voldaan zou zijn (zie voor meer info hierover: ‘Moet de gemeenteraad opnieuw beslissen over aanduiding van de maatschappelijke geledingen?”. Formeel heeft de gemeenteraad natuurlijk die bevoegdheid wél, anders heeft het weinig zin dat decretaal de bevoegdheid is ingeschreven dat de gemeenteraad beslist over de samenstelling van alle Gecoroleden.

De bespreking van de voordrachten van de leden van de Gecoro in de gemeenteraad vindt plaats in besloten zitting en een geheime stemming.
De bespreking van de ingediende kandidaturen en de CV's, in het bijzonder die van de deskundigen, kan immers worden beschouwd als een aangelegenheid die raakt aan de persoonlijke levenssfeer. Op basis van art. 28 §1 van het Gemeentedecreet wordt dit punt dan ook in besloten zitting behandeld.
De stemmingen in de gemeenteraad zijn in principe openbaar, maar toch wordt over de voorgestelde leden in het geheim gestemd. Dit komt door de uitzonderingsbepaling van art. 35§2 van het Gemeentedecreet. Dit artikel bepaalt dat over leden van gemeentelijke bestuursorganen in het geheim wordt gestemd.  Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat onder bestuursorganen ‘alle commissies die verband houden met het bestuur van de gemeente’ wordt bedoeld. Ogenschijnlijk vallen daar ook de Gecoro’s onder. Ons inziens gebeurt de stemming over de samenstelling van de Gecoro dan ook best geheim. Bovendien is op die manier de onafhankelijkheid en vrijheid van de raadsleden het meest gewaarborgd.  

Top

Moet de gemeenteraad opnieuw beslissen over aanduiding van de maatschappelijke geledingen?

Nee. Het kan, maar het moet niet. Artikel 9, §4 DRO stelt dat na installatie van de nieuwe gemeenteraad, een nieuwe commissie moet samengesteld worden. Het artikel verplicht niet op eerst opnieuw te beslissen over welke maatschappelijke geledingen in de Gecoro moeten zijn vertegenwoordigd. Indien de nieuwe gemeenteraad zich kan vinden in de bestaande gemeenteraadsbeslissing daarover, hoeft ze niet opnieuw te beslissen. Oordeelt de nieuwe gemeenteraad dat er redenen zijn om andere of nieuwe maatschappelijke geledingen op te roepen voor vertegenwoordiging in de Gecoro, dan kan ze wat dat betreft een nieuwe beslissing nemen.

Een maatschappelijke geleding kan bestaan uit verschillende organisaties of instanties. De gemeenteraad dient zelf de oordelen welke organisaties en verenigingen binnen haar grondgebied als representatief voor de diverse maatschappelijke geledingen kunnen worden aanvaard. Het artikel verplicht niet om eerst opnieuw te beslissen over welke organisaties en verenigingen als representatief worden beschouwd. Indien de nieuwe gemeenteraad zich kan vinden in de bestaande gemeenteraadsbeslissing, hoeft ze niet opnieuw te beslissen. Wordt binnnen dezelfde maatschappelijke geleding de keuze van de op te roepen organisaties gewijzigd of wordt de verhouding tussen die organisaties gewijzigd, dan dient de gemeenteraad eveneens vooraf opnieuw daarover te beslissen. Door de wijziging van de verhoudingen binnen één geleding, veranderen immers de krachtsverhoudingen binnen de Gecoro als geheel.

Er is in de regelgeving niets geregeld over de mogelijkheid tot het stellen van bijkomende vereisten aan de vertegenwoordigers van maatschappelijke geledingen. Zo overwegen sommige gemeenten om te verplichten dat degene die wordt voorgedragen ook inwoner van de betrokken gemeente is. Los van de vraag of het decretaal gezien wel kan (ons aanvoelen is van wél, daar noch het decreet noch het uitvoeringsbesluit zich er op géén enkele wijze over uitspreekt over de voorwaarden van de kandidaten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de samenstelling waarover wél uitspraken worden gedaan), raden wij echter aan terughoudend te zijn met het opnemen van dergelijke bijkomende criteria voor de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen. Wij menen dat de maatschappelijke geledingen zijn beste kandidaat moet kunnen sturen. Het kan dan aan de voorzitter van de Gecoro zijn om vervolgens zo’n lid wegwijs te maken in de concrete ruimtelijke situatie van de gemeente.

Top

Over de man/vrouw verhouding

 

De bepalingen in het Gemeentedecreet van toepassing?

In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is expliciet bepaald dat de man/vrouw verhouding waarvan sprake is in het Gemeentedecreet van toepassing is (zie art. 1.3.3§6 VCRO). Daarover is dus niet langer discussie. Onderaan deze vraag hebben we voor ‘le petit histoire’ de tekst die vroeger op deze plaats stond behouden omdat het een goed overzicht geeft van de discussie.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werkt bovendien een overgangsregeling uit voor de huidige legislatuur (tot 2012). Gecoro’s waarvan de samenstelling is goedgekeurd door de Deputatie ondanks het feit dat ze niet aan de man/vrouwverhouding voldoen, kunnen rechtsgeldig vergaderen en adviezen uitbrengen. Wel is het zo dat indien er nieuwe leden worden benoemd, de nieuw benoemde kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht moet zijn (zie eind volgende subvraag).

De bepaling van het Gemeentedecreet over de man/vrouw verhouding geldt enkel voor de Gecoro als geheel, en moet niet worden gerealiseerd (maar mag wel) op het niveau van de deskundige-leden of de leden die een maatschappelijke geleding vertegenwoordigen. 

De bepaling van het Gemeentedecreet over de man/vrouw regelt niets over het feit of de man/vrouw verhouding moet worden gerespecteerd voor louter de effectieve leden of eveneens voor de plaatsvervangers. Wij raden aan om contact op te nemen met uw provincie wat hun houding hierover is. Op een vraag van de VVSG antwoordde de minister dat zijn inziens de man/vrouwerhouding enkel van toepassing is op de effectieve leden en niet geldt voor de plaatsvervangers. Lees hier wat de minister daarover zegt.

De bepaling van het Gemeentedecreet over de man/vrouw verhouding regelt enkel de samenstelling van de adviesraad. Het betekent NIET dat een vergadering niet rechtsgeldig is indien de aanwezige leden gezamenlijk, bv omwille van afwezigheden of de mix effectieve leden en plaatsvervangers, niet aan de opgelegde man/vrouw verhouding voldoen.

Enkele manieren om de man/vrouw verhouding te bewerkstellingen

Bij de oproep voor de kandidaatstelling van de deskundigen kan de gemeente uitdrukkelijk aangeven dat een juiste man/vrouwverhouding wordt nagestreefd en dat dus (in de praktijk) expliciet aan vrouwen wordt gevraagd hun kandidatuur in te sturen. Bij de uiteindelijke keuze van de deskundigen kan de gemeente de nodige aandacht geven aan een goede verhouding tussen mannen en vrouwen binnen de Gecoro als geheel (dus wat minder mannen als deskundige aanstellen indien de maatschappelijke geledingen er al veel hebben voorgesteld). Dit betekent ook weer niet dat (in de praktijk) het aantal deskundigen van het mannelijk geslacht in de Gecoro afhankelijk moet worden gesteld van het aantal vrouwen dat door de maatschappelijke geledingen wordt voorgedragen. Ook binnen de groep van de deskundigen lijkt het ons redelijk dat daarvan mannen deel uitmaken.

Voor de maatschappelijke geledingen geldt ons inziens het principe dat –in de mate van het mogelijke- de voordrachten van de maatschappelijke geledingen zelf moeten worden gerespecteerd. Anderzijds is het belangrijk om bij de oproep aan de maatschappelijke geledingen of in de communicatie met de maatschappelijke geledingen expliciet te verwijzen naar de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een goed samengestelde Gecoro. Zij zullen daar een inspanning voor moeten leveren. Aan de maatschappelijke geledingen kan dan ook worden opgelegd of worden gevraagd (afhankelijk hoe groot u het tekort aan mensen van een bepaald geslacht inschat) om:

  • vertegenwoordigers van de twee geslachten aan bod te laten komen (dus vragen om indien het effectief lid van het mannelijk geslacht is, als plaatsvervanger een persoon van het vrouwelijk geslacht voor te stellen of andersom);
  • aangeven dat zowel mensen van het vrouwelijk als mannelijk geslacht als effectief of plaatsvervangend lid zullen worden aangesteld en dat de organisaties dus wordt gevraagd of verplicht (afhankelijk van hoe groot men het tekort aan een bepaald geslacht inschat) om dubbeltallen voor te stellen (dus voor elk ‘zitje’ een man en een vrouw), waaruit vervolgens een keuze wordt gemaakt.

Nadeel van deze werkwijze is dat hierdoor de maatschappelijke geledingen niet altijd hun ‘beste’ kandidaat in Gecoro zien zitten. Anderzijds is het voor de gemeente soms de enige manier om de correcte man/vrouw verhouding daadwerkelijk te verkrijgen.

Lees hier ook het antwoord van Vlaams minister Dirk op de vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers over de vernieuwing van de Gecoro’s.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening geeft daarnaast twee bijkomende, meer harde instrumenten in handen om een man/vrouwverhouding te krijgen die beantwoordt aan het Gemeentedecreet:

·         indien de huidige Gecoro onevenwichtig is samengesteld, moet bij een nieuwe benoeming een persoon van het ondervertegenwoordigde geslacht door de gemeenteraad worden benoemd (zie art. 7.3.1 §2 VCRO). Na de hersamenstelling van de Gecoro’s als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in 2012 is deze bepaling niet meer nodig, omdat dan kan worden ‘teruggevallen’ op de algemene regel van het Gemeentedecreet

·         de gemeenteraad kan (en moet dat dus niet) –uit eigen beweging- beslissen om binnen de huidige samenstelling van effectieve leden en plaatsvervangers te gaan ‘wisselen’, zodat uiteindelijk de gezamenlijke effectieve leden wél aan de correcte man/vrouwverhouding voldoen (zie art. 7.3.1 §2 VCRO). Wij raden aan hier als gemeenteraad enkel aan te beginnen na overleg met de Gecoro zelf, om te voorkomen dat mensen die dit niet wensen ‘opeens’ toch effectief lid van de Gecoro worden. De resultaten van zo’n interne schuifronde hoeven niet te worden voorgelegd aan de deputatie.

De vroegere discussie over het al dan niet van toepassing zijn van de man/vrouwverhouding

Voor ‘le petit histoire’ geven we hieronder de tekst weer die vroeger op deze plek stond en die een goed overzicht geeft van de discussie over het al dan niet van toepassing zijn van de man/vrouwverhouding.

Bij de hersamenstelling van de Gecoro’s in 2007 was onduidelijk of de man/vrouw verhouding waarvan sprake is in het Gemeentedecreet ook van toepassing is. Art 200§2 van dit Decreet bepaalt dat ten hoogste twee derde van de leden van hetzelfde geslacht mogen zijn. De sanctie die op het niet respecteren van deze bepaling staat is vergaand, nl. dat de adviezen niet wettig zijn.

Joke Schauvliege vroeg naar de wettelijke verplichting en de afdwingbaarheid van de 2/3-1/3 vertegenwoordiging van de seksen bij de samenstelling van de Gecoro. Dirk Van Mechelen, Vlaams minister voor ruimtelijke ordening verwees op 20 maart 2007 voor een definitief antwoord naar zijn collega Marino Keulen, geestelijk vader van het Gemeentedecreet.

Lees hier het antwoord van Vlaams minister Dirk Van Mechelen op de vraag om uitleg van mevrouw Joke Schauvliege over de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de Gecoro's.

Op 17 april 2007 antwoordde minister Keulen in de commissie Binnenlandse Aangelegenheden en stelde dat het art.200 van het Gemeentedecreet onverkort van toepassing is op àlle gemeentelijke raden en overlegstructuren, ook degene die worden opgericht op basis van een sectoraal decreet. De enige uitzondering daarop volgens de heer Keulen is een expliciete afwijkende regeling over de samenstelling, op het punt van de evenwichtige man/vrouw verhouding, in een specifieke (sectorale) wets- of decreetbepaling. Het Decreet ruimtelijke ordening kent echter niet een dergelijke expliciete bepaling.

Lees hier het antwoord van Vlaams minister Marino Keulen op de vraag om uitleg van mevrouw Joke Schauvliege  over de gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de Gecoro’s.

Lees hier de omzendbrief van 4 mei 2007 die het standpunt van de heer Keulen over de man/vrouw verhouding, bevestigt.

De VVSG en de VRP stonden aanvankelijk op het standpunt dat de bepaling van het Gemeentedecreet niet gold voor de Gecoro’s, omdat de sectorale regelgeving wel degelijk expliciet uitspraken deed over de samenstelling van de adviesraad en daarmee ook impliciet over de man/vrouwverhouding. Wij zagen het streven naar een correcte man/vrouw verhouding dan ook als een belangrijke inspanningsverplichting, maar niet als een resultaatsverbintenis. De gemeente moet actief stappen te zetten om (in de praktijk) vrouwen te werven voor het lidmaatschap van de Gecoro en motiveren indien zij de Gecoro samenstelt die niet voldoet aan de vooropgestelde man/vrouw verhouding van het Gemeentedecreet.

Het antwoord geformuleerd door Marino Keulen is eigenlijk niet meer dan een standpunt zoals anderen ook een standpunt hierover kunnen hebben. Er gaat géén rechtskracht van uit. Toch adviseren de VVSG en de VRP om met de bepalingen in het Gemeentedecreet en de omzendbrief te respecteren bij de samenstelling van de Gecoro. Het standpunt van de minister is immers niet het standpunt van de eerste de beste. Bovendien is het risico dat een onevenwichtige samengestelde adviesraad later een procedureslag uitlokt door iemand die ontevreden is over een plan of vergunning, niet denkbeeldig.

Top

Wat maakt een ‘deskundige’ deskundig?

De Gecoro bestaat zowel uit vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen als uit een aantal deskundigen inzake ruimtelijke ordening (zie art. 9§3 DRO). Hoeveel deskundigen zitting hebben in de gecoro is afhankelijk van de grootte van de gemeente (zie hiervoor: "Hoe een nieuwe Gecoro samenstellen").

De wet- en regelgeving bepaalt niet wanneer iemand voldoende deskundig is om zitting te nemen in een Gecoro. De deskundigheid moet blijken uit de ‘motivatiebrief’ die deze persoon schrijft bij het indienen van haar of zijn kandidatuur. De gemeenteraad bekijkt de kandidaturen en beoordeelt zelfstandig wie deskundig is of niet. Ze heeft daarmee dus ruimte voor appreciatie.

De deskundigheid inzake ruimtelijke ordening kan niet alleen blijken uit de opleidingen of werkervaringen van de kandidaat. Ook andere ruimtelijke gerelateerde ervaringen (bijvoorbeeld bepaalde vrijetijdsbestedingen,…) kunnen een argument zijn om iemand als deskundige te beschouwen op het vlak van de ruimtelijke ordening. Sommigen zijn van mening dat zelfs de intentie om deskundige te worden, volstaat om als deskundige te worden benoemd! Veel zal afhangen van het aantal en de kwaliteit van de ingediende kandidaturen.

Er is in de regelgeving niets geregeld over de mogelijkheid tot het stellen van bijkomende vereisten aan deskundigen. Zo overwegen sommige gemeenten om te verplichten dat degene die wordt voorgedragen ook inwoner van de betrokken gemeente is, géén enkel politiek mandaat heeft (anders dan de gemeenteraad, die personen zijn sowieso al uitgesloten) of overwegen beperkingen in het lidmaatschap van het aantal adviesraden. Dit kan een zinvolle beslissing zijn indien men verwacht dat het aantal kandidaat-deskundigen het aantal ‘zitjes’ ver overtreft. Op die manier kan worden vermeden dat mensen onnodig energie steken in het opstellen van een CV. Bovendien wordt door het toevoegen van dergelijk criteria (deels) duidelijk waarop de gemeenteraad selecteert.

Lees in dit verband ook het antwoord van Vlaams minister Dirk Van Mechelen op de schriftelijke vraag van Rudi Daems over het stellen van een ‘woonvoorwaarde‘ bij het samenstellen van de Gecoro. Een gemeenteraadsbeslissing waarbij zonder meer als regel/reglement gesteld wordt dat men inwoner moet zijn om in de Gecoro te kunnen zetelen, moet volgens de minister naar alle waarschijnlijkheid onwettig worden geacht. Tegelijkertijd geeft de minister aan dat het perfect aanvaardbaar is dat de gemeentelijke overheid ter gelegenheid van de oproep tot kandidaat-deskundigen aangeeft dat zij de voorkeur geeft aan inwoners, of dat zij bij de verenigingen of organisaties die zij om voordrachten vraagt voor de leden die zetelen voor een maatschappelijke geleding, erop aandringt dat men een extra inspanning doet om inwoners voor te dragen. Hier wordt het woonachtig zijn niet als regel gesteld, maar wel als een criterium dat speelt bij kandidaturen en voordrachten. Dat leunt dan aan bij de bevoegdheid van de gemeentelijke overheid over de feitelijke samenstelling, waarbij een afweging van kandidaturen moet gebeuren. Die samenstellingsbeslissing is inderdaad onderworpen aan het motiveringsbeginsel. De gemeente kan op voorhand aangeven hoe zij de kandidaturen zal behandelen en wat haar afwegingscriteria zullen zijn.
Dit betekent dus dat de gemeente bij haar oproep voor deskundigen ervoor kan kiezen om voorafgaandelijk (een deel van) de selectiecriteria kenbaar te maken. Dit zal de kandidaat-deskundigen beter in staat stellen hun kansen op ‘een zitje’ in te schatten. Hierdoor kunnen zij ook gerichter in hun kandidatuur hun deskundigheid motiveren. Bovendien wordt het voor de gemeente later gemakkelijker de verschillende kandidaten te beoordelen en hun deskundigheid te motiveren. De uiteindelijke keuze van deskundige kandidaten valt immers onder de motiveringsplicht.

Ook deskundigen hebben een plaatsvervanger (zie art. 9§3 DRO derde alinea).

 

Top

Wat zijn onverenigbaarheden met het lidmaatschap van de Gecoro?

In vergelijking tot zes jaar geleden heeft er een wijziging plaats gevonden in de onverenigbaarheden. Vroeger kon men niet gelijktijdig lid zijn van een Gecoro én van de Procoro en/of de Vlacoro (resp. de provinciale en Vlaamse commissie ruimteliljke ordening). Die onverenigbaarheid is inmiddels geschrapt. Iemand kan dus zowel in de Vlacoro en/of, Procoro en Gecoro zetelen.

Men kan gerust lid zijn van één of meerdere Gecoro’s. Hierop is géén maximum gesteld.

Een gemeenteraadslid of lid van het College kan niet in de Gecoro zitting hebben (zie art. 9§3 3e alinea DRO).

Wat is dus géén formele onverenigbaarheid:

  • een gemeenteraadslid in gemeente A maakt deel uit van de Gecoro van gemeente B.;
  • de partner van een gemeenteraadslid maakt deel uit van de Gecoro;
  • een lid van de OCMW-raad maakt deel uit van de Gecoro, behalve indien hij of zij lid is van het College of tevens in de gemeenteraad zetelt. De regeling voor de Gecoro is daarmee overigens minder streng dan voor andere gemeentelijke adviesraden;
  • een medewerker van een studiebureau dat regelmatig namens de gemeente ruimtelijke opdrachten uitvoert neemt zitting in de Gecoro;
  • het opnemen van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar als deskundige in de Gecoro;
  • het opnemen van de gemeentesecretaris als deskundige in de Gecoro.(zie ook het antwoord van Vlaams minister Dirk Van Mechelen op de parlementaire vraag om uitleg van mevrouw Marleen Van den Eynde over Gecoro's - lidmaatschap gemeentesecretaris.) Overigens is op basis van art. 78§1 van het Gemeentedecreet het ambt van gemeentesecretaris, adjunct-gemeentesecretaris en financieel beheerder niet verenigbaar met andere ambten binnen dezelfde gemeente. Het Gemeentedecreet verduidelijkt niet wat met een 'ambt' wordt bedoeld. Ons inziens worden hier functies mee bedoeld binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente. De bepaling moet waarborgen bieden dat de hoogste ambtenaar van de gemeente en de financieel verantwoordelijke voldoende onafhankelijk kunnen werken met voldoende tijd. De leden van de Gecoro zijn echter niet in gemeentelijke dienst en het valt moeilijk vol te houden dat een zitje in de Gecoro een onafhankelijke werking van de (adjunct)secretaris of financieel beheerder zou verhinderen. Ook op basis van deze bepaling van het Gemeentedecreet zien wij dus geen onverenigbaarheid.

Er zijn echter argumenten om het opnemen van de gemeentesecretaris of van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar als deskundige in de Gecoro te vermijden is. Er is immers een formele onverenigbaarheid tussen lidmaatschap College/gemeenteraad en de Gecoro. Dat is doelbewust ingeschreven om te voorkomen dat de beleidsmakers zichzelf adviseren. Een gemeentelijk personeelslid dat lid is van de Gecoro dreigt in een situatie terecht te komen waarvan wordt verwacht dat hij het standpunt van zijn werkgever verdedigt of toch minstens vertegenwoordigt. Dat is nu net niet de bedoeling geweest van de instelling van een adviesorgaan dat het bestuur adviseert.

Soms wordt het toch belangrijk gevonden dat het standpunt van het College wordt ingebracht in de Gecoro. Wij wijzen er echter op dat de secretaris de mogelijkheid heeft om het standpunt van het College of gemeenteraad in de Gecoro toe te lichten. Zie “Hoe organiseer ik het secretariaat?”

Daarnaast zijn er beroepen of functies denkbaar waarvan het lidmaatschap minder is aangewezen, ondanks het feit dat zij in veel gevallen toch een deskundigheid hebben inzake ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld notarissen. Zij zijn vaak nauw betrokken bij vastgoedtransacties.

Indien er géén formele onverenigbaarheid is, dient bij een concreet dossier waarbij toch sprake is van een (mogelijke) belangenvermenging, de betrokken persoon afwezig te zijn en zich te laten vervangen. Zie "Wanneer is er sprake van belangenvermenging?".

Lees ook het antwoord van Vlaams minister Dirk Van Mechelen op de vraag om uitleg van mevrouw Joke Schauvliege over de werking van de gecoro’s, behandeld in de Parlementaire Commissie Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed op 17 november 2004

Top

Zitpenningen, wel of niet doen?

Aan de leden van de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening worden presentiegelden, reis- en verblijfsvergoedingen toegekend. De bedragen worden vastgesteld door de gemeenteraad.

Elke gemeente beslist hierin autonoom. De VRP of de VVSG beschikken niet over een algemeen overzicht. Indicatief kan gezegd worden dat er heel wat gemeenten zijn die géén vergoeding geven. Indien er wél een vergoeding wordt gegeven schommelt deze grofweg voor de leden tussen de 35 en 75 euro, voor de voorzitter tussen de 50 en 125 euro per zitting.

Zo zijn er gemeenten die ervoor geopteerd hebben om géén zitpenningen of onkostenvergoeding te geven. Zij willen ‘concurrentie’ met andere adviesraden voorkomen. Toch gaat deze vergelijking niet helemaal op. De andere gemeentelijke adviesraden zijn immers ‘vrijwillige’ adviesraden, zonder decretaal vastgelegde taak. De gecoro heeft wel verschillende taken die decretaal bepaald zijn.

Alleszins zou er vooraf duidelijkheid moeten zijn of de vergoeding:

  • geldt voor de effectieven en/of hun plaatsvervangers. Het lijkt vanzelfsprekend dat alleen diegene die effectief deelnemen aan de vergadering aanspraak kunnen maken op een vergoeding. In de praktijk merken we dat soms plaatsvervangers op de achtergrond even ‘hard’ de vergaderingen mee voorbereiden. Soms komt dus de vraag om ook hén een vergoeding te geven. Dit lijkt ons echter niet overeenstemmen met het idee van een plaatsvervanger, die immers slechts op de voorgrond treedt, indien het effectief lid verhinderd is.
  • geldt voor de voorzitter/deskundigen/vertegenwoordigers. Nogal wat gemeenten hanteren een verschil in vergoeding tussen de voorzitter en de andere leden of tussen de voorzitters/ deskundigen en de vertegenwoordigers van de maatschappelijke geledingen. De vertegenwoordigers kunnen immers vaak binnen de werkuren de vergaderingen voorbereiden en/of de vergadertijd zélf inbrengen. Een onderscheid maken in de hoogte van de vergoeding is perfect mogelijk.
  • Worden de bedragen geïndexeerd of niet?

De vertegenwoordigers van de politieke fracties die worden uitgenodigd voor de gecoro kunnen enkel een vergoeding krijgen indien zij géén raadslid zijn. Indien dat wél het geval is dienen zij zich te houden aan de bepalingen van het Gemeentedecreet. Art. 17§1 van dat decreet bepaalt dat de gemeenteraad autonoom kan beslissen om presentiegeld toe te kennen aan gemeenteraadsleden voor hun aanwezigheid voor vergaderingen die voortvloeien uit hun mandaatverplichtingen, op voorwaarde dat die vergaderingen opgenomen zijn op een lijst die door de Vlaamse regering wordt vastgesteld. Het Besl. Vlaamse regering van 19 januari 2007 stelt deze lijst vast. Art. 15 §1 rept niet over adviesraden zoals de gecoro. Er kan ons inziens wél worden besloten om een vergoeding te geven aan vertegenwoordigers van de politieke fracties indien zij géén gemeenteraadslid zijn. Gelet op het feit dat deze vertegenwoordigers géén lid van de gecoro zijn en daarmee geen verantwoordelijkheid hebben in de uiteindelijke adviesverlening, lijkt ons een presentiegeld voor deze leden echter af te raden, of zou de vergoeding toch een stuk lager dienen te liggen dan die van de leden.


Een andere optie dan een geldelijke vergoeding zou ook kunnen zijn het ter beschikking stellen van een budget waarmee de leden vorming kunnen ‘inkopen’. Onder de gecoro-leden is immers heel wat nood aan vorming op het vlak van ruimtelijke ordening. Door een budget ter beschikking te stellen kunnen de Gecoro-leden de nodige literatuur aankopen en/of studiedagen volgen. Dit kan de kwaliteit van de werking van de Gecoro alleen maar ten goede komen.

Top

Ik ben het niet eens met de samenstelling van de Gecoro, wat kan ik doen?

Het is mogelijk dat u het niet eens bent met de samenstelling van de Gecoro, bijvoorbeeld omdat u vermoedt dat er fouten zijn gemaakt in de samenstellingsprocedure of omdat u de motieven voor de keuze van de uiteindelijke leden ongegrond of onjuist vindt. Er is echter géén beroepsprocedure om de samenstelling van de Gecoro opnieuw plaats te laten vinden. Indien men bepaalde fouten vermoedt in de samenstelling of wijze van samenstelling van de Gecoro kan men deze informatie kenbaar maken aan de deputatie. De deputatie is immers belast met de goedkeuring van de samenstelling van de Gecoro. De deputatie is echter geenszins verplicht uw informatie in overweging te nemen of erop te antwoorden. De deputatie zal enkel nagaan of de samenstellingen en wijze van samenstelling voldoet aan regelgeving die van toepassing is op het moment van de goedkeuring van de Gecoro. Zij laat zich in principe niet uit over de opportuniteit om bepaalde maatschappelijke geledingen al dan niet op te nemen, de keuze van de organisaties die deze maatschappelijke geledingen (kunnen) vertegenwoordigen of de beoordeling van de deskundigheid van de leden. Het is mogelijk om de beslissing van de deputatie om de gemeenteraadsbeslissing tot samenstelling van de Gecoro goed te keuren, aan te vechten bij de Raad van State. Men moet daarbij wel een belang aantonen, en aanbrengen welke wettelijke of reglementaire bepalingen zouden geschonden zijn bij de samenstellingsbeslissing.

Top

 

Werking

Hoe vaak vergadert de Gecoro en wie bepaalt dit?

De Gecoro vergadert zoveel als nodig is om te komen tot bepaalde adviezen. In bepaalde tijden kan dit betekenen dat de Gecoro soms twee keer per maand samenkomt, bijvoorbeeld om een advies voor te bereiden in verband met het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Er kunnen ook momenten zijn dat de Gecoro minder wordt geconsulteerd, bijvoorbeeld omdat er geen ruimtelijke plannen in een goedkeuringsprocedure zitten en de Gecoro ook géén initiatieven uit eigen beweging neemt. Het besluit bepaalt wel dat er minstens tweemaal per jaar wordt vergaderd (art.5). De commissie wordt bijeengeroepen door de voorzitter of, als de voorzitter is verhinderd, de ondervoorzitter. Het college of de gemeenteraad kan de Gecoro niet samenroepen.

 

Wanneer is er sprake van belangenvermenging?

De Vlaamse Codex RO bepaalt dat het voor een lid van de Gecoro verboden is deel te nemen aan een bespreking en de stemming voer aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als gelastigde, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Wettelijk samenwonenden zijn gelijkgesteld met echtgenoten (art. 1.3.3 §5 VCRO).

Dit wordt nog eens herhaald in art. 9 van het Besl. Vl. reg 19 mei 2000.

Tot slot gaat ook de Deontologische Code in op belangenvermenging. Onder hoofdstuk 2 van deze Code (die is vastgelegd per Besluit) wordt gesproken van een ‘verbod op belangenvermenging’. Daarbij wordt verwezen naar het hierboven genoemde art. van de Vlaamse Codex RO, maar wordt er ook een en ander toegevoegd, namelijk dat een lid zich niet hoeft te onthouden van de bespreking, beraadslaging en eventuele stemming van een aangelegenheid indien er slechts sprake is van een collectief belang dat het betrokken lid deelt met een reeks anderen. De Deontologische Code verduidelijkt dat er géén verboden belangenvermenging in hoofde van leden die inwoner zijn van een gemeente op het ogenblik dat het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan wordt besproken. Er is evenmin belangenvermenging in hoofde van een lid dat bijvoorbeeld woonachtig is binnen de perimeter van een ontwerpplan indien het behandelde plan geen specifieke voor- of nadelen oplevert voor het betrokken lid (bijvoorbeeld wat betreft patrimoniale belangen). Vervolgens concretiseert de Deontologische Code een aantal situaties waarbij de betrokkene wél best afwezig is:
  • Een advocaat, architect of notaris die lid is van de Gecoro onthoudt zich bij het behandelen van een advies over een aanvraag best, ook al heeft het lid geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar belang in het concrete dossier.
  • Indien een lid van de commissie als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een plan van aanleg, gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan of gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, dan kan hij wel toelichting verstrekken en een bijdrage leveren aan de bespreking, maar moet hij zich onthouden en de vergaderruimte verlaten bij de beraadslaging en eventuele stemming over een advies met betrekking tot dat plan. In sommige gevallen kan er sprake zijn van belangenvermenging, bijvoorbeeld als de ruimtelijk planner niet in overheidsdienst is en een financieel belang zou hebben bij de voortgang van een planningsdossier. Maar ook indien de ruimtelijk planner geen rechtstreeks, actueel of in geld waardeerbaar belang heeft bij het concrete dossier, is het beter dat hij de vergaderruimte verlaat na de toelichting en bespreking. Gevallen waarbij een vennoot of medewerker van een lid optreedt als ruimtelijk planner, kunnen op analoge manier benaderd worden.
  • Een Gecorolid van wie een concurrent als architect of als ruimtelijk planner verantwoordelijk is voor de opmaak van een vergunningsaanvraag, een aanvraag tot een attest of een plan van aanleg, ruimtelijk uitvoeringsplan of ruimtelijk structuurplan, grijpt de bespreking, de beraadslaging en de stemming niet aan om ongefundeerde kritiek te uiten of het dossier te dwarsbomen. In sommige gevallen kan het aangewezen zijn geen standpunt in te nemen of geen stem ten gunste of ten ongunste uit te brengen.
Tot zover de bepalingen die zijn opgenomen in de Vlaamse Codex of in een uitvoeringsbesluit. Inmiddels is er ook wat rechtspraak (RvS 209.269 van 29 november 2010, waarbij de Gecoro de bezwaren behandelde voor een BPA en de gemeenteraad deze adviezen overnam). Deze rechtspraak geeft aan dat:

- Bij een persoonlijk belang volstaat het als er concrete gegevens kunnen worden aangevoerd die een redelijke twijfel kunnen doen ontstaan over de onpartijdigheid van één of meer leden van de Gecoro. Het is dus niet nodig dat wordt aangetoond dat de betrokkenen zijn persoonlijke belangen boven die va de gemeente stelt.

- Er is sprake van een persoonlijk belang van een lid van de Gecoro als hij eerder heeft meegewerkt aan het opstellen van het ruimtelijk plan, ondanks het feit dat een ongunstig advies van de Gecoro hem geen rechtstreeks financieel nadeel oplevert. Planners die voor een bureau werken dat het plan opmaakt, moeten zich dan ook laten vervangen bij de behandeling door de Gecoro van het plan.
Op de vraag of een medewerker van een bureau dat een plan opmaakte dat door de Gecoro wordt beoordeeld, zonder dat die medewerker ook daadwerkelijk aan het plan heeft meegewerkt, gaat het arrest van de Raad van State niet in. Onzes inziens kan ook in die situatie een redelijke twijfel ontstaan of de betrokkene zijn persoonlijk belang boven die van de gemeente zou stellen, hoewel die relatie minder sterk is als de hierboven beschreven situatie, waarbij het lid zélf aan het plan heeft meegewerkt. De werknemer is immers in dienst van het bureau dat het plan heeft opgemaakt waarover wordt geoordeeld. Een Gecoro-lid in die situatie laat zich dan ook best vervangen.
Op de vraag of een medewerker van een bureau zich moet laten vervangen als er een plan wordt behandeld door de Gecoro dat door een concurrerend bureau is opgesteld zich moeten laten vervangen, gaat het arrest van de Raad van State niet in. Ons inziens kan het veel moeilijker aannemelijk worden gemaakt dat er een persoonlijk belang is van een medewerker van een concurrerend bureau om een plan negatief te adviseren. Een persoonlijk belang wordt immers veelal opgevat als een financieel belang en het verband tussen een negatieve input geven ten behoeve van een advies dat is opgesteld door een andere bureau is toch moeilijk concreet te maken. Het verdenken van partijdigheid van iemand louter omdat hij er baat bij heeft om met het zich op mogelijke toekomstige opdrachten een advies negatief te beïnvloeden is ons inziens met andere woorden vergezocht. Het persoonlijk belang is niet van die aard dat er redelijke twijfel is dat hij niet meer op objectieve wijze kan oordelen.

- Leden van een ‘projectteam’ (stuurgroep) dat eerder het door de Gecoro te adviseren project begeleid heeft, hebben een persoonlijk belang en moeten zich laten vervangen bij de behandeling door de Gecoro.

- Gemeentelijke, provinciale of Vlaamse personeelsleden die in dienst zijn van de overheid die zij als lid van de Gecoro adviseren hebben een persoonlijk belang. Zij kunnen dus eigenlijk geen lid zijn van de Gecoro. Gemeentelijke personeelsleden in deze situatie laten zich onzes inziens best permanent vervangen.

- Indien er sprake is van een belangenvermenging blijft de betrokkene weg tijdens het hele agendapunt: bespreking, beraadslaging en stemming.

- Onregelmatigheid binnen de Gecoro: kan altijd worden ingeroepen bij de Raad van State, niet louter naar aanleiding van een advies.

Indien er een schijn van belangenvermenging is, laat de betrokkenen zich verontschuldigen of verlaat voor wat betreft het agendapunt waar het om gaat de zaal. Zijn plaatsvervanger kan dan zijn plaats innemen. Als een lid vertrekt uit de vergadering wordt dit -vanzelfsprekend- vermeldt in het verslag van de vergadering.

Hou ook in de gaten wat helemaal bovenaan dit antwoord is vermeld met de betrekking tot het persoonlijk belang in relatie tot de echtgenoot, bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad. Als de echtgenote van een Gecoro-lid een plan heeft opgemaakt waaraan ze heeft meegewerkt, dient de betrokkene zich dus ook te laten vervangen.

Door deze uitspraak lopen gemeenten het risico dat naar de Raad van State wordt gestapt als plannen binnen de Gecoro ‘fout’ tot stand zijn gekomen en bestaat de kans dat de Raad van State de betrokkene in het gelijk stelt. Normaal kun je maar 60 dagen in beroep gaan tegen de goedkeuring van een plan. Na die periode kan er volgens ons geen beroep meer worden aangetekend bij de Raad van State. Wel is het zo dat bij beroepen tegen de vergunning die op basis van zo’n plan wordt afgeleverd er alsnog de vernietiging van de vergunning kan worden gevraagd omdat het zich op een onwettig tot stand gekomen plan baseert.

Tot slot, lees hier ter info het antwoord van Vlaams minister Dirk Van Mechelen op een schriftelijke vraag van Luk Van Nieuwenhuysen over gecoro’s en onverenigbaarheden
Het betreft informatie die ouder is dan de uitspraak van de Raad van State.

Top

 

Aan welke spelregels moet ik me als gecoro-lid houden?

Sinds eind 2009 zijn de gecoro-leden gebonden aan een Deontologische Code, opgesteld door de Vlaamse regering. Het is zinvol om als Gecoro eens wat tijd te reserveren om de ‘do’s en don’t-s’ eens te bespreken in de Gecoro en alleszins best alvorens zich er concrete problemen opduiken over de manier waarop wordt samengewerkt. Deze Deontologische Code kan door de Gecoro als zij dat zelf nodig vindt worden genuanceerd en verscherpt, maar niet soepeler worden gemaakt .

Top

Hoe organiseer ik het secretariaat?

Elke Gecoro kent een vaste secretaris en zijn plaatsvervanger. De rol van de vaste secretaris is ervoor te zorgen dat de Gecoro op rolletjes verloopt en vlot kan werken. De secretaris is géén lid van de commissie en kan dus vanzelfsprekend ook niet stemgerechtigd zijn. Zijn rol beperkt zich tot het geven van objectieve informatie over het dossier. Een lid van de Gecoro kan dan ook niet tegelijkertijd secretaris zijn.

De taken van de secretaris (kunnen) zijn:

  • het opstellen en versturen van de agenda;
  • de onderwerpen telkens kort situeren en toelichten, indien nodig met inbegrip van de vermelding van het standpunt van het College;
  • vragen beantwoorden over zaken die onduidelijk zouden zijn;
  • zaken aanbrengen die anders over het hoofd worden gezien
  • de opmaak van het verslag van de vergadering.

De secretaris onthoudt zich van persoonlijke standpunten en neemt niet meer deel aan de beraadslaging of stemming over het eigenlijke advies. In veel gemeenten is de stedenbouwkundig ambtenaar de secretaris, maar dat hoeft niet per se zo te zijn (zie hiervoor ‘Moet de secretaris een gemeentelijk ambtenaar zijn’). De secretaris vervult vaak verschillende rollen, zeker alshij ook nog eens stedenbouwkundig ambtenaar is. Zo geeft de secretaris niet alleen inhoudelijke toelichting bij dossiers, maar maakt hij ook nog eens het verslag op. In de praktijk blijkt dit niet altijd even goed werkbaar te zijn. Niets staat echter in de weg dat de vaste secretaris wordt ondersteund door een ander gemeentelijk personeelslid, die bijvoorbeeld het verslag opmaakt.

Moet de secretaris een gemeentelijk ambtenaar zijn ?

Neen, het is mogelijk dat de secretaris een externe is. Decretaal gezien is deze mogelijheid niet uitgesloten. Vraag is of de betrokkene daarvoor een vergoeding kan krijgen. Ons inziens in ieder geval niet via de zitpennigen, want die zijn gereserveerd voor de leden en de secretaris is eigenlijk geen lid (zie ‘hoe organiseer ik het secretariaat’). Het zou wel kunnen via middelen die de gemeente daarvoor reserveert, cf. de decretale regeling dat de gemeente de commissie "een secretariaat ter beschikking stelt". De secretaris kan dus o.i. een externe zijn, die dan echter niet in de commissie zit vanuit een maatschappelijke geleding, noch als deskundige in de zin van art. 9 DRO. Uiteraard zal hij wel deskundigheid moeten hebben, anders kan hij/zij geen goede secretaris zijn. Het lijkt ons daarbij aangewezen dat de betrokkene kan rekenen op ondersteuning en een vlotte samenwerking met de gemeentelijke administratie (stukken verzenden, inzage van stukken verzekeren, verspreiden verslagen, correspondentie beheren, ...). Een "externe" secretaris kan een oplossing zijn voor een gemeente die niemand vindt binnen de eigen administratie die zich kan vrijmaken of bereid is om de rol op zich te nemen. De gemeente kan dan iemand hiervoor "inhuren". Maar het blijft ons inziens het meest praktisch als de secretaris een gemeentelijk ambtenaar is. Dat zorgt voor de vlotste beschikking over informatie en de vlotste communicatie tussen bestuur en Gecoro.

Top

Wie mag wanneer aanwezig zijn en welke inbreng mag hij doen?

Het onderstaand overzicht kan dienen als hulpmiddel om te bepalen wie wanneer de vergadering van de gecoro mag bijwonen en wat haar of zijn inbreng mag zijn.

Overzicht deelname aan Gecoro

 

 

VERGA-DERING

AAN-WEZIG VER-GADE-RING

 

BESPREKING

 

BERAADSLAGING

STEMMING

 

 

 

bij-wonen

deel-nemen

bij-wonen

deel-nemen

bij-wonen

deel-nemen

‘Gewone burger’

Openbaar

Ja

Ja

Nee

Ja

Nee

Ja

Nee

Niet openbaar

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Externe deskundige

Openbaar

Ja

Ja

Ja

ja

Nee

Ja

nee

Niet openbaar

Ja

Ja

Ja

nee

Nee

Nee

Nee

Vertegen-woordiger politieke fractie

Openbaar

Ja

Ja

Ja

ja

Nee

Ja

Nee

Niet openbaar

ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Top

Binnen welke termijn dient er advies gegeven te worden en wat als we dat als Gecoro niet meer halen?

De termijn waarbinnen de gecoro adviezen moet uitbrengen verschilt naar gelang het document waarover het gaat:

ONDERWERP ADVIES

ADVIESTERMIJN

VERLENGING MOGELIJK ?

OPMERKING

over voorontwerp gemeentelijk structuurplan

onbepaald

-

· Er is géén termijn bepaald, maar deze termijn moet ‘redelijk’ zijn.

over ontwerp gemeentelijk structuurplan

60 dagen na einde openbaar onderzoek

ja, 60 dagen

· Uiterlijk aanvragen op 30ste dag na beëindigen openbaar onderzoek.
· Géén expliciete beslissing over verlengingbinnen 30 dagen na aanvraag =  goedkeuring ervan

over ontwerp ruimtelijk uitvoeringsplan

90 dagen na einde openbaar onderzoek

nee

 

over een voorontwerp van stedenbouwkundige verordening

onbepaald

-

· Er is géén termijn bepaald, maar deze termijn moet ‘redelijk’ zijn.

over een ontwerp van stedenbouwkundige verordening

60 dagen na einde openbaar onderzoek

ja, 60 dagen

· Uiterlijk aanvragen op 30ste dag na beëindigen openbaar onderzoek.
· Géén expliciete beslissing over verlenging binnen 30 dagen na aanvraag = goedkeuring ervan

Worden de hierboven termijnen niet gehaald, dan 'mag' volgens het decreet (en 'moet' dus niet) aan de adviesvereiste voorbij worden gegaan. Dit betekent dat de gemeenteraad die bijvoorbeeld het ontwerp gemeentelijk RUP definitief moet vaststellen zich pefect geldig kan steunen op een advies dat (juist) niet binnen de termijnen is binnengekomen (bv een tiental dagen). Bij termijnoverschrijding moet dus de overheid die verwacht wordt een plan definitief vast te stellen, voor zichzelf beslissen of ze nog wacht op een advies of niet, en uiteraard zal daarbij de duurtijd van de termijnoverschrijding van belang zijn.

Indien de termijnen niet werden gehaald en het blijkt niet aangewezen erop te wachten, dan worden de opmerkingen en bezwaren die de Gecoro naar aanleiding van een openbaar onderzoek had moeten behandelen, behandeld door de gemeenteraad zélf.  

Indien het College of de gemeenteraad uit eigen beweging een advies vraagt aan de Gecoro, is er decretaal géén termijn bepaald. Het is dan raadzaam dat vooraf contact wordt opgenomen met de voorzitter van de Gecoro om te weten te komen binnen welke (redelijke) termijn de Gecoro tot een advies kan komen. 

In principe kan een verlenging van de adviestermijn enkel worden gevraagd nadat de Gecoro hiertoe besloten is. In de praktijk kan dit echter ‘stroef’ werken omdat er bijvoorbeeld géén bijeenkomst meer is voorzien en het énkel bijeenkomen om een verlenging te vragen van de adviestermijn een belangrijke inspanning vraagt, ook op financieel vlak. Het is daarom zinvol om in het huishoudelijk reglement van de gemeente hierover een bepaling op te nemen (zie: "Waar vind ik een huishoudelijk reglement?").

Top

Wie waarschuwt de plaatsvervanger en heeft deze recht op alle documenten?

De plaatsververvanger van een effectief lid draagt ertoe bij dat de vergadering op kwalitatieve wijze kan plaatsvinden, ook al mocht een effectief lid verhinderd zijn. De wijze van uitnodigen van effectief lid en zijn plaatsvervanger wordt in de eerste plaats geregeld in het huishoudelijk reglement.

De wijze waarop de documenten worden verspreid, regelt de Gecoro in het eigen huishoudelijk reglement. Normaal gesproken is het het effectief lid zelf die zijn plaatsvervanger waarschuwt dat hij verhinderd is en de documenten doorstuurt. Tevens wordt het secretariaat op de hoogte gesteld.

Het lijkt weinig zinvol om per definitie de plaatsvervanger alle documenten mee op te sturen. Dit zou de gemeente permanent op kosten jagen, terwijl de rol van een plaatsvervanger toch slechts die van ‘invaller’ is.

Indien een effectief lid zich in de praktijk zo organiseert dat de plaatsvervanger de rol opneemt van ’secundant’, dan is het ook logisch dat het effectief lid zélf instaat voor het vermenigvuldigen van de documenten.

Alleen indien duidelijk is dat de plaatsvervanger gedurende ruimere tijd afwezig is, dan is het mogelijk om afspraken te maken.

Top

Waar vind ik een huishoudelijk reglement?

De Gecoro’s stellen zelf het huishoudelijk reglement op (zie art. 9 §6 Decreet 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening). De Gecoro dient op basis van art. 10 van het Besluit van de Vlaamse regering 19 mei 2000 met éénparigheid van stemmen te beslissen over het huishoudelijk reglement (of wijzigingen eraan). Vervolgens dient het reglement (of wijzigingen eraan) ter goedkeuring aan de gemeenteraad te worden voorgelegd. Het principe is dat de gemeenteraad het voorstel van huishoudelijk reglement enkel goed- of afkeurt. Indien het huishoudelijk reglement wordt afgekeurd dient eerst de Gecoro zelf het reglement aan te passen, daarbij rekening houdend met de bedenkingen van de raad. Vervolgens wordt het aangepaste reglement weer voorgelegd aan de gemeenteraad.

Anderzijds is dit een weinig soepele manier van werken. Het lijkt ons te verantwoorden indien de gemeenteraad toch zelf kleine, eerder ‘technische’ aanpassingen doet aan het huishoudelijk reglement. Wat als kleine wijziging kan worden beschouwd, is een feitenkwestie. Een dergelijke werkwijze is vergelijkbaar met de goedkeuring door de deputatie van een structuurplan of ruimtelijk uitvoeringsplan. Ook daar kan de deputatie het plan goedkeuren en toch een (beperkt) aantal zaken opmerken of uitsluiten.  Het moet daarbij dus uitdrukkelijk om kleine of technische aanpassingen, die geen of nauwelijks inhoudelijke impact hebben. Bij belangrijke inhoudelijke aanpassingen zit er voor de gemeenteraad niets anders op dan het reglement af te keuren en de Gecoro een nieuw huishoudelijk reglement te laten opstellen.

Artikel 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 bevat de minimaal verplichte inhoud van een huishoudelijk reglement.

De VRP en de VVSG beschikken niet over een modelreglement. Een aantal gemeenten heeft het huishoudelijk reglement van hun Gecoro op hun website gezet. Die teksten zijn dus op internet te vinden via zoektermen als "gecoro" en "huishoudelijk reglement", en kunnen wellicht inspiratie bieden. De uiteindelijke inhoud van het huishoudelijk reglement zal hoe dan ook afhangen van hoe de Gecoro zelf wenst te functioneren.

Wel kunnen we u een aantal tips geven:

  • Het heeft weinig zin om zaken die al in het decreet of in het besluit van de Vlaamse Regering over de organisatie en de werking van de Gecoro's zelf (voldoende) geregeld zijn, te herhalen in het huishoudelijk reglement. Dat kan alleen maar voor verwarring zorgen over het statuut van bepaalde regels, en het levert problemen op als de tekst van het decreet, van het uitvoeringsbesluit of van het huishoudelijk reglement gewijzigd worden. Tegelijk is het bijzonder nuttig dat Gecoro-leden (en zeker een voorzitter of secretaris) alle relevante regels voor de werking van de Gecoro samen bij de hand hebben. Aan die praktische bekommernis kan tegemoetgekomen worden door een uittreksel uit het decreet (bijv. art. 9) en uit het uitvoeringsbesluit (bijv. hoofdstukken II en III) als informatieve bijlage bij het huishoudelijk reglement op te nemen, of door aan alle betrokkenen een bundel of brochure ter beschikking te stellen waarin alle drie de teksten zijn opgenomen. Desgewenst maakt men ten informatieve titel een "geïntegreerde tekst", waar bij de onderdelen telkens wel de bron is opgenomen (decreet, uitvoeringsbesluit, huishoudelijk reglement).
  • Neem in het huishoudelijk reglement een bepaling op die de werkwijze regelt hoe, zonder samen te komen, de Gecoro toch beperkte ‘technische’ beslissingen kan nemen, zoals een aanvraag tot verlenging van de adviestermijn. Men zou bijvoorbeeld een delegatiebevoegdheid kunnen geven aan de voorzitter (in samenspraak met de secretaris) of een procedure uitwerken hoe op een vlotte wijze kan worden gecommuniceerd om als Gecoro een standpunt over louter technische aangelegenheden in te nemen.
  • Regel of en op welke wijze toch kan worden vergaderd indien de voorzitter of de ondervoorzitter is verhinderd of te laat is (bv doordat automatisch het oudst aanwezige lid de voorzitterstaken waarneemt (zie : "De voorzitter is op het laatste moment verhinderd, wat nu?").

Top

Werking

De voorzitter is op het laatste moment verhinderd, wat nu?

De voorzitter is verantwoordelijk voor het in goede banen leiden van de Gecoro. Zijn bijdrage is dus van essentieel belang tijdens de vergadering.  Toch is het denkbaar dat -al dan niet onverwacht- de voorzitter afwezig is of te laat is voor de vergadering. Moet men dan wachten op de voorzitter of de vergadering afgelasten?

Decretaal bestaat er de mogelijkheid dat er een 'ondervoorzitter' wordt aangewezen door de gemeenteraad. Bij afwezigheid van de voorzitter vervangt hij hem. Is er géén ondervoorzitter aangesteld of is hij ook verhinderd, dan kan er in principe niet vergaderd worden. Is ruim op voorhand bekend dat deze personen verhinderd zijn, dan wordt de vergadering dan ook verplaatst.

Toch menen wij dat hierbij de redelijkheid in het oog moet worden gehouden. Het is denkbaar dat een vergadering toch plaatsvindt zonder de (onder-)voorzitter. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn indien de (onder-)voorzitter ziek is en er bepaalde mensen zijn uitgenodigd om een toelichting te geven bij een dossier. Het afzeggen van de hele vergadering lijkt dan een te zware beslissing.  Wij menen dat de  Gecoro bevoegd is om tijdelijk een waarnemend voorzitter aan te wijzen. Dit kan bijvoorbeeld het oudst aanwezig lid zijn. Deze persoon leidt dan de vergadering totdat de (onder-)voorzitter weer aanwezig is.  De te volgen werkwijze wordt best geregeld in het huishoudelijk reglement van de Gecoro (zie: "Waar vind ik een huishoudelijk reglement?"). Wel willen we er op wijzen dat het vergaderen met een tijdelijke waarnemende voorzitter restrictief moet worden geïnterpreteerd, nl.: 1) enkel met toestemming van de voorzitter of onder-voorzitter zelf , 2) enkel wanneer het om een incidentele, uitzonderlijke omstandigheid gaat (een (onder-)voorzitter die systematisch (deels) afwezig is, wordt vervangen), 3) op de agenda (relatief) 'lichte' dossiers staan, waarover geen (zware) discussie wordt verwacht (bv een toelichting door het studiebureau over een kleiner ruimtelijk uitvoeringsplan met gedachtenwisseling erover) . Geeft de voorzitter zelf vooraf geen toestemming om zich te laten vervangen, gaat het om een langere afwezigheid van de voorzitter over meerdere vergaderingen of staan er belangrijke dossiers op de agenda (bv de advisering van een ontwerp gemeentelijk structuurplan), dan is het ons inziens niet mogelijk een tijdelijke waarnemende voorzitter aan te wijzen. Eventueel kan er ook voor worden gekozen om de vergadering te beperken tot een informatief deel, en de beraadslaging en de stemming uit te stellen tot een volgende vergadering.

Top

Hoeveel leden dienen aanwezig te zijn om geldig te kunnen stemmen?

De Gecoro kan maar op een rechtsgeldige manier vergaderen als minstens de helft van de leden aanwezig is. Is die voorwaarde niet vervuld, dan kan de commissie op haar eerstvolgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden, geldig beslissen over de onderwerpen die waren geagendeerd op de vergadering voor de vergadering waarop onvoldoende leden aanwezig waren. Er moet minimaal 24 uur zitten tussen die eerste en tweede vergadering. Als vaste regel een tweede vergadering beleggen (voor het geval er onvoldoende leden op komen dagen) een half uur na het aanvankelijke beginuur van de Gecoro-vergadering, kan dus niet. Bovendien geldt de regel dat voor nieuwe agendapunten opnieuw de aanwezigheid van een meerderheid van de leden is vereist.  (zie art. 6 van het Besl. Vl. reg 19 mei 2000).

Het is wél mogelijk indien de Gecoro in een eerste vergadering (met onvoldoende leden) een advies opstelt over een bepaald agendapunt, dat dan op een tweede vergadering enkel wordt bevestigd (zie RvS 167.032 24 jan. 2007 en TGEM, 2007/4).

 

Top

Advisering

Hoe wordt een advies opgebouwd?

De manier waarop een advies van de Gecoro wordt opgebouwd is decretaal nergens bepaald. De Gecoro organiseert zich dus naar eigen inzichten.

De (opbouw van de) adviezen zal of kan ook verschillend zijn naar gelang het type van advies dat wordt gegeven. Een advies over de herontwikkeling van de kern van de gemeente kan er heel wat anders (strategischer) uitzien dan een advies op een ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

Lees bijvoorbeeld de adviezen van de Gecoro van de Stad Antwerpen om te weten hoe zij hun adviezen opbouwen.

Het is wel logisch dat inhoudelijk vergelijkbare adviesaanvragen door de Gecoro inhoudelijk vergelijkbaar worden beantwoord. Als de Gecoro bijvoorbeeld een positief planologisch attest aflevert voor de uitbreiding van een afgelegen bedrijf in landbouwzone, dan zal ze dat later ook moeten doen voor een vergelijkbaar bedrijf, tenzij concrete omstandigheden een andere beslissing rechtvaardigen. Met andere woorden: de Gecoro moet een zekere lijn en samenhang in haar adviezen hebben. Overigens is die lijn niet statisch maar mag en kan zein de loop der tijd evalueren.

Een onvoldoende weerlegging van de bezwaren (door de Gecoro of later door de gemeenteraad) kan later na een eventuele procedure bij de Raad van State aanleiding geven tot een vernietiging van een ruimtelijk uitvoeringsplan. Een ruimtelijk uitvoeringsplan is overigens in beginsel één en ondeelbaar. Een gedeeltelijke nietigverklaring is enkel mogelijk indien vaststaat dat het betreffende gebiedsdeel afgesplitst kan worden van de rest van het plan en dat de overheid ook afgezien van het afgesplitste deel voor het overige dezelfde beslissing zou hebben genomen (RvS 205.195). Een onvoldoende motivering van een bezwaar door de Gecoro kan dan ook aanleiding zijn tot een volledige vernietiging van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.

Een aantal aandachtspunten:

  • Een bezwaarindiener dient op begrijpelijke wijze te weten kunnen komen waarom zijn bezwaar als niet gegrond werd bevonden. De bezwaarindiener moet in de tekst zelf van het advies van de Gecoro (of dat van de gemeenteraad als bepaalde bezwaren niet door de Gecoro werden beantwoord) een afdoend antwoord op zijn bewaarschrift kunnen vinden, hetzij in een individuele stellingname, hetzij in een algemene richtlijn van de Gecoro die op zijn bezwaar begrijpelijk toepasselijk is, hetzij in het antwoord op een bezwaar of opmerking van een andere particulier of op een advies van een overheidsinstantie (RvS 200.738, 205.196). Voor de behandeling van de bezwaren is het dus niet nodig dat elk bezwaar afzonderlijk wordt behandeld. Een Gecoro mag inhoudelijk gelijke bezwaren groeperen. Het kan zinvol zijn de binnengekomen bezwaren te nummeren en in de gegroepeerde antwoorden naar die nummers te verwijzen.
  • Een plan mag maar worden aangepast op basis van zaken die uit het openbaar onderzoek of uit de ingewonnen adviezen blijken. Het is dan ook van groot belang dat indien uit het openbaar onderzoek nieuwe inzichten komen die aanleiding geven tot de wijziging van het plan, dit ook duidelijk uit het advies blijkt.
  • Wanneer een bezwaar niet wordt onderbouwd, merkt de Gecoro best op dat het bewaar niet wordt onderbouwd. De weerlegging van het bezwaar beperkt blijven tot die constatering. De Gecoro hoeft of mag géén bezwaren gaan interpreteren, maar als evident of duidelijk is wat de bezwaarmaker bedoelt te zeggen, denkt ze best wel méé met de bezwaarmaker en formuleert ze toch een afdoend antwoord op het bezwaar.
  • Een bezwaar hoeft niet uitputtend, tot in het kleinste detail te worden weerlegd. Een afdoende motivatie volstaat.

         ©2008 VRP & VVSG | secretariaat@vrp.be